Oranje Check
Verhalen

Van emigrant naar ondernemer: waarom zoveel Nederlanders in het buitenland voor zichzelf beginnen

Bijna niemand vertrekt met een ondernemingsplan. Het begint met helpen, met een klus voor de buren, met een vraag die steeds terugkomt. Hoe dat pad loopt, en welke stappen je maar beter meteen goed kunt zetten.

Vrouw werkt aan de eettafel met een laptop en verzendklare dozen, met uitzicht op een balkon en de zee

Vraag tien Nederlanders in het buitenland hoe hun bedrijf begonnen is, en er zitten zelden tien ondernemingsplannen tussen. Het begon met een gunst. Iemand hielp een buurman met een vertaling bij de gemeente, verbouwde een badkamer voor de kennis van een kennis, reed twee keer naar het vliegveld voor een gezin dat de weg niet wist. En toen kwam de vraag terug. En nog een keer.

Dat is het meest voorkomende beginpunt: niet een idee, maar een vraag die blijft komen.

Waarom het zo vaak deze kant op gaat

Er zijn een paar krachten die allemaal dezelfde richting op duwen.

In loondienst is het gat groter dan verwacht. Wie in Nederland een goede baan had, ontdekt dat het lokale loonniveau lager kan liggen, dat diploma’s niet altijd een op een meetellen en dat een sollicitatiegesprek in een taal die je nog leert zelden je beste optreden is. Voor jezelf beginnen sluit dat gat.

Er is een tekort dat je zelf hebt gevoeld. Bijna elke Nederlandse ondernemer in het buitenland kan het moment aanwijzen waarop hij iets nodig had en het niet kon vinden. Iemand die uitlegt hoe de belastingaangifte werkt. Iemand die de meterkast aanpakt zonder dat je vier keer moet uitleggen wat je bedoelt. Wie dat gat zelf heeft ervaren, weet meteen dat er meer mensen zijn met precies datzelfde probleem.

De drempel is laag, en dat is niet alleen goed nieuws. In veel landen is inschrijven als zelfstandige een kwestie van een formulier en een maandelijkse bijdrage. Dat maakt beginnen makkelijk. Het maakt ook makkelijk om te beginnen zonder te weten waar je aan begint, en dat is waar in het tweede jaar de rekeningen binnenkomen.

Het netwerk is er al. Je eerste klanten zijn mensen die je kent, of mensen die iemand kennen die jou kent. Dat is een prettige start en een valkuil tegelijk, want een netwerk raakt op. Over wat er daarna moet gebeuren gaat van Facebookgroep naar vaste klantenkring.

De beroepen waar het meestal op uitkomt

Er zit een duidelijk patroon in. Nederlanders in het buitenland beginnen vaak in een van deze richtingen:

  • Vastgoed en verhuur. Van makelaar tot sleutelbeheer, van vakantieverhuur tot het begeleiden van kopers die de taal niet spreken.
  • Bouw en verbouwing. Aannemers, klusbedrijven, keukens, zwembaden, onderhoud. Zie ook Nederlandse vakmensen in het buitenland.
  • Advies en administratie. Boekhouders, belastingadviseurs, verzekeringsadviseurs, mensen die de weg weten bij instanties.
  • Horeca en food. Van strandtent tot bakkerij tot cateringbedrijf.
  • Coaching, zorg en welzijn. Fysiotherapie, psychologische hulp, loopbaanbegeleiding, personal training, vaak met klanten in twee landen tegelijk.
  • Diensten die niemand aankondigt. Vervoer, hondenuitlaat, tuinonderhoud, schoonmaak, technische installaties, autohandel, watersport.

Het zijn zelden de sectoren die in een brochure over emigreren staan. Het zijn de sectoren waar de vraag zat.

Waar het misgaat in het eerste jaar

Het patroon dat elke boekhouder in een expatregio herkent: het loopt goed, en juist daardoor ontstaat het probleem.

De administratie is een jaar achter. Je begint met een paar klussen, houdt het bij in een schriftje, en tegen de tijd dat het serieus wordt, is bijhouden een project geworden in plaats van een gewoonte.

Er is geen buffer voor de afdrachten. Sociale premies, inkomstenbelasting en btw komen niet elke maand langs, maar ze komen wel. Wie dat geld ondertussen heeft uitgegeven, schrikt.

De prijzen zijn te laag begonnen. De eerste klanten waren vrienden en kennissen, en daar reken je een vriendenprijs. Die prijs blijft hangen in de mond-tot-mondreclame, en dan is het lastig verhogen.

Alles staat op één persoon. Geen contract, geen algemene voorwaarden, geen verzekering, geen vervanging bij ziekte. Zolang niets misgaat is dat efficiënt. Daarna niet meer.

Wat je maar beter meteen goed doet

De kennisbank staat vol met de praktische kant, met de Spaanse situatie als meest uitgewerkte voorbeeld. Voor wie aan het begin staat, zijn dit de nuttigste stukken:

Zit je in een ander land, dan verschillen de regels maar niet de volgorde: eerst weten onder welke vorm je werkt, dan weten wat je moet afdragen en wanneer, dan pas groeien.

En dan de klanten

Op een gegeven moment is het bedrijf er echt, en verschuift de vraag van hoe regel ik dit naar wie weet dat ik besta. Dat is het punt waarop veel ondernemers merken dat hun netwerk zijn werk heeft gedaan en er iets anders bij moet.

Wie zichtbaar wil zijn voor Nederlanders die in het buitenland zoeken, kan zijn bedrijf aanmelden bij Oranje Check. Dan staat het in de bedrijvengids, op land en op branche, op de plek waar mensen kijken die precies zoeken wat jij doet.

Meer verhalen

Alle artikelen